Kanker is een trut

Ik hoorde het me zo zeggen, vanmorgen “ik heb het ge-hàd met al die dooi. Ge-hàd. ’t mag nu klaar zijn met al dat sterven en ziek zijn rond mij. Ge-hàd.”

Toen ik vanmiddag mama terugbelde die nog even meldde, vlak voor ’t afsluiten, dat onze lieve T* echt niet ok is en dat ze kanker heeft, hield ik me wéér sterk.

Adem in, adem uit.

Cortisol onder controle: check.

Adem in, adem uit.

“Ik bel haar meteen, mams. Als ik op de terugweg ben.”

” sgoe, schat, maar vraag eerst of ge niet stoort”

“Lieve T*, ikken hier, wat hoor ik net? Wa is dees? Ahja, en ik moest vragen van mama of ik niet stoor maar ik weet dat ik dat niet doe, dus vertel assjeblief wat er aan de hand is”

Eierstokkanker, met spikkels op het longvlies en het buikvlies. Operatie 1 in een sneltempo erdoor en de eerste chemo erachteraan gejast. “’t gaat niet zo goed, Marijke”

Ze was buiten adem toen ze moest vertellen aan de telefoon.

“Ik kom straks langs, T*, dan nemen we even tijd.” “oh, dat zou fijn zijn”

Ik donderde terug het WonderWijvenhuis binnen, barstte in woedehuilen uit en werd opgevangen door een team van feekes.

Kanker is een trut.

“maar er is geen andere optie dan genezen, Marijke, brand je een kaarsje voor mij?”

en wil iedereen rond mij, ik zeg echt iedereen, nu gewoon gezond zijn en blijven? Dankjewel.